Traag, trager, traagst

Traag, trager, traagst

“Geef me zes uur om een boom om te hakken en ik zal de eerste vier uur bezig zijn met het slijpen van mijn bijl.”, aldus Abraham Lincoln. In dit geval zal 66% van de totale tijd gebruikt worden ter voorbereiding. Maar 24% van de tijd zal gewerkt worden aan het daadwerkelijk omhakken van de boom. Hoe vinden we de juiste balans tussen het denken over hoe we efficiënt kunnen werken en het uitvoeren van de daadwerkelijke opdracht?

Heel vaak heeft traagheid een negatieve lading. Synoniemen voor traag zijn bijvoorbeeld: lui, passief en rustig. Nadenken voordat actie wordt ondernomen lijkt je langzamer te maken dan anderen die meteen actief de taak gaan uitvoeren. Maar dat is niet altijd waar. Uiteindelijk kan iemand die met een botte bijl een boom gaat omhakken er veel langer over doen dan iemand die eerst de bijl goed heeft geslepen.

Het vinden van de juiste snelheid om actie te ondernemen heeft te maken met het vinden van de balans tussen voorbereiding en uitvoering. Je wilt niet te veel tijd kwijt zijn aan de voorbereiding omdat je daarmee langer moet wachten op resultaat. Maar je wilt ook niet zomaar actie ondernemen omdat dat erin kan resulteren dat je uiteindelijk veel meer tijd kwijt bent aan het uitvoeren van de taak.

Het boek Thinking, Fast and Slow van Daniel Kahneman heeft het over twee systemen. Het eerste systeem is de automatische piloot, welke refereert naar de uitvoering of de actie. Het tweede systeem is het langzame systeem. Dit is het systeem waar we starten met het nadenken over hoe dingen te doen. In sommige gevallen doe je een beroep of het eerste systeem en in sommige gevallen op het tweede. Afhankelijk van de situatie wil je soms snel handelen en in andere gevallen wil je eerste nadenken voordat je conclusies gaat trekken.

Stel je voor dat je in je auto rijdt, heel langzaam. Dit helpt je om de weg te overzien en ongelukken te voorkomen. Tegelijkertijd kun je juist ongelukken veroorzaken omdat mensen je gaan forceren om harder te gaan rijden. Ze zijn geïrriteerd en gaan misschien over tot een gevaarlijke inhaalmanoeuvre. Harder rijden kan dit voorkomen, maar dan ben je niet in staat om alles zo duidelijke te overzien als in de eerste situatie.

Dus hoe bepaal je nu wat de juiste snelheid is? Je kunt het eerste systeem gebruiken: je leest de maximale toegestane kilometersnelheid en houd je daaraan. Je kunt ook het tweede systeem gebruiken. In dit geval kijk je bijvoorbeeld naar het weer, de hoeveelheid auto’s die er op de weg rijden of naar de bagage die je in je auto hebt. Dit maakt dat je in sommige gevallen minder dan de maximaal toegestane snelheid zal rijden. Het beoordelen van de situatie kost tijd, maar leidt uiteindelijk tot het juiste resultaat: je arriveert veilig thuis.

Terug op kantoor, wil je snel of langzaam rijden? Hoe bepaal jij de juiste snelheid van ontwikkelingen en veranderingen? Gebruik je het eerste systeem, het tweede of een combinatie van beide?